Wie stout is…
Wie stout is…
Details
209 p. : ill.
Besprekingen
De Volkskrant
Wat moet een zichzelf respecterende tiener met Sinterklaas? Niets natuurlijk. Maar dan ken je de moeder van Mo niet. Die is zélf fan en blijft het feest elk jaar organiseren alsof hij en zijn boezemvriendin Amara nog kleuters zijn. Dit jaar heeft het Sinterklaasjournaal hún haven uitgekozen om de stoomboot in aan te meren en beginnen er kinderen te verdwijnen uit groep 8. Stoute kinderen.
Het zat er in dat Pieter Koolwijk met zijn passie voor popcultuur een keer een onversneden kinderthriller zonder diepzinnige bijbedoelingen zou willen schrijven en dat doet hij nu met Wie stout is..., waarin nogal wat suikerhuisjes omver gaan. Zelfs zijn vaste illustrator Linde Faas schildert, voor wie goed kijkt, griezeliger dan gebruikelijk.
Tegelijkertijd met de aankomst van Sint heeft Mo een bijzonder onvriendelijke nieuwe buurman gekregen: Pjotr de schoorsteenontstopper. Die is net als zijn goedheilige collega overal in de stad op het dak te vinden. Heeft hij iets met de verdwenen kinderen te maken? Of is het toch die rare verwarde man met zijn lange baard en rode hoodie, die met zijn 'stoute kinderen'-geroep de intocht verstoort?
En waarom zijn er ineens zoveel raven in de stad? Mo en Amara willen er het hunne van weten.
Kinderen die Koolwijk kennen, weten dan wat ze na zo'n begin kunnen verwachten. Of eigenlijk juist niet. Deze schrijver schuurt graag langs en vooral net óver grenzen. Het ene moment in adembenemende versnelling, het andere moment treiterig traag. Er zit een ontvoeringsscène in het boek die nét iets langer duurt dan de lezer zou willen.
Ook komen de twee kinderhaters uitgebreid aan het woord, duidelijk geïnspireerd door Koolwijks jeugdheld Roald Dahl en misschien nog wel een slagje erger, in elk geval wat woordkeus betreft. In de ogen van Pjotr de schoorsteenontstopper zijn kinderen 'gewoon superkut'.
Mo krijgt het ondertussen zwaar te verduren met zijn juf, de schooldirecteur en de politie. Niemand gelooft hem. Hij moet strafregels schrijven en later maakt hij het zó bont dat het hele sinterklaasfeest voor hem niet doorgaat. Dat doet pijn, want zelfs de grootste druktemaker kan de allerbeste bedoelingen hebben. En dan alsnog verkeerd begrepen worden. Als iemand de frustraties van Mo begrijpt, dan Pieter Koolwijk wel.
Want stout, dat is iets wat de licht provocerende schrijver van binnenuit begrijpt. Hij praat in interviews openlijk over zijn ADHD en bijbehorend gedrag. Als jongen werd hij door zijn basisschooljuf een 'darm' genoemd. Hij was zelf een heel goede kandidaat geweest voor in de zak.
Met al die ervaring speelt Koolwijk goed in op de onderbuikgevoelens die veel leerlingen in de hoogste klassen van de basisschool bij de goedheiligman zullen hebben. Sinterklaasliedjes worden op het schoolplein in schunnige variaties gezongen. Toch schrikt ook in groep 8 nog weleens een schuldbewuste bijna-puber van gebonk op de deur. De angst voor Spanje zit er, zelfs bij wie er nooit in geloofd heeft, goed in. Het ideale recept voor een eigentijdse, niet in het Engels te vertalen griezeljeugdroman.